home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl

 

Welkom
Religie/Christendom | Welkom | 12 April 2009 | 21:44:33
 


reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 193

Wil je mijn visitekaartje?

Psalm 144
Psalmen | 10 Mei 2012 | 22:54:58


1 Van David.
 
Geprezen zij de HEER, mijn rots,
die mijn handen oefent voor de strijd,
die mijn vingers schoolt voor het gevecht,
2 mijn beschermer, mijn vesting,
de burcht die mij veiligheid biedt,
het schild waarachter ik schuil,
hij die volken aan mij onderwerpt
 
3 HEER, wat is de mens dat u om hem geeft,
de sterveling dat u aan hem denkt?
4 Een mens is vluchtig als een ademtocht,
zijn dagen glijden als een schaduw weg.
 
5 HEER, schuif uw hemel open en daal af,
raak de bergen aan zodat ze roken.
6 Werp uw bliksem, sla de volken uiteen,
schiet uw pijlen en verdrijf hen.
 
7 Reik mij uw hand van omhoog,
bevrijd mij, ontruk mij aan de woeste wateren,
aan de greep van vreemdelingen
8 die leugens spreken met hun mond,
bedrog verbergen in hun handen.
 
9 Ik wil een nieuw lied voor u zingen, God,
voor u spelen op de tiensnarige harp,
10-11 want u brengt koningen redding,
u hebt David, uw dienaar, bevrijd.
 
Bevrijd ook mij van het moordende zwaard,
ontruk mij aan de greep van vreemdelingen
die leugens spreken met hun mond,
bedrog verbergen in hun handen. [10–11] 11
 
12 Onze zonen zijn als jonge planten,
in hun jeugd met liefde verzorgd,
onze dochters als de hoekzuilen
van een paleis, zo sierlijk gesneden,
 
13 onze schuren gevuld,
van voorraad en voedsel voorzien,
onze schapen en geiten, met duizenden,
met tienduizenden op onze velden,
14 onze kudden doorvoed,
 
geen inval, geen uittocht,
geen weeklacht op onze pleinen.
15 Gelukkig het volk dat zo mag leven,
gelukkig het volk dat de HEER als God heeft.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 16


Psalmen 139
Psalmen | 10 Mei 2012 | 22:52:24

 
1 Voor de koorleider. Van David, een psalm.
 
HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
2 u weet het als ik zit of sta,
u doorziet van verre mijn gedachten,
3 ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.
 
4 Geen woord ligt op mijn tong,
of u, HEER, kent het ten volle.
5 U omsluit mij, van achter en van voren,
u legt uw hand op mij.
6 Wonderlijk zoals u mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.
 
7 Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
8 Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.
 
9 Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
10 ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vasthouden.
 
11 Al zei ik: ‘Laat het duister mij opslokken,
het licht om mij heen veranderen in nacht,’
12 ook dan zou het duister voor u niet donker zijn –
de nacht zou oplichten als de dag,
het duister helder zijn als het licht.
 
13 U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
14 Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.
 
15 Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig geweven in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor u geen geheim.
16 Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
alles werd in uw boekrol opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet ιιn.
 
17 Hoe rijk zijn uw gedachten, God,
hoe eindeloos in aantal,
18 ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn.
Ontwaak ik, dan nog ben ik bij u.
 
19 God, breng de zondaars om,
– weg uit mijn ogen, jullie die bloed vergieten –
20 ze spreken kwaadaardig over u,
uw vijanden misbruiken uw naam.
 
21 Zou ik niet haten wie u haten, HEER,
niet verachten wie tegen u opstaan?
22 Ik haat hen, zo fel als ik haten kan,
ze zijn mijn vijand geworden.
 
23 Doorgrond mij, God, en ken mijn hart,
peil mij, weet wat mij kwelt,
24 zie of ik geen verkeerde weg ga,
en leid mij over de weg die eeuwig is.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 16


Psalm 91
Psalmen | 10 Mei 2012 | 22:15:54

Psalm 91
 
Godsvertrouwen in gevaren
 
1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten,
vernacht in de schaduw des Almachtigen.
2 Ik zeg tot de HERE: Mijn toevlucht en mijn vesting,
mijn God, op wie ik vertrouw.
 
3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers,
van de verderfelijke pest.
4 Met zijn vlerken beschermt Hij u,
en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht;
zijn trouw is schild en pantser.
5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht,
voor de pijl, die des daags vliegt;
6 voor de pest, die in het duister rondwaart,
voor het verderf, dat op de middag vernielt.
7 Al vallen er duizend aan uw zijde,
en tienduizend aan uw rechterhand,
tot u zal het niet genaken;
8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen,
en de vergelding aan de goddelozen zien.
9 Want Gij, o HERE, zijt mijn toevlucht.
 
De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld;
10 geen onheil zal u treffen,
en geen plaag zal uw tent naderen;
11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden,
dat zij u behoeden op al uw wegen;
12 op de handen zullen zij u dragen,
opdat gij uw voet niet aan een steen stoot.
13 Op leeuw en adder zult gij treden,
jonge leeuw en slang zult gij vertrappen.
 
14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem beschutten, omdat hij mijn naam kent.
15 Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden;
Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn,
Ik zal hem uitredden en tot ere brengen.
16 Met lengte van dagen zal Ik hem verzadigen,
en Ik zal hem mijn heil doen zien.
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 10


Psalm 1
Psalmen | 10 Mei 2012 | 22:11:42
Psalm 1

De twee wegen

1 Welzalig de man die niet wandelt
in de raad der goddelozen,
die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
2 maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.

3 Want hij is als een boom, geplant aan waterstromen,
die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
welks loof niet verwelkt;
– al wat hij onderneemt, gelukt.

4 Niet alzo de goddelozen:
die toch zijn als kaf dat de wind verstrooit.
5 Daarom houden de goddelozen geen stand in het gericht,
noch de zondaars in de vergadering der rechtvaardigen,
6 want de HERE kent de weg der rechtvaardigen,
maar de weg der goddelozen vergaat.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 9


Home   weblog sinds: 2009-04-12

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.